Nieuwe bijzondere regeling voor geuremissie van kracht 07/03/2008

Op 6 maart 2008 heeft de Adviesgroep van de Nederlandse emissierichtlijn lucht (NeR) ingestemd het de nieuwe Bijzondere Regeling A3 voor de diervoederindustrie. De NeR kent enkele tientallen bijzondere regelingen voor specifieke branches; de diervoederindustrie is daar één van.
 
Door veranderingen in wet- en regelgeving, de wijze waarop geurmetingen worden verricht en geuremissies worden berekend, was de bijzondere regeling aan herziening toe. Sinds 2005 heeft Nevedi, in afstemming met Infomil (een uitvoeringsorgaan van het Ministerie van VROM) en vertegenwoordigers van provinciën en gemeenten, gewerkt aan een nieuwe regeling. In nauwe samenwerking met het ingenieursbureau ‘Buro Blauw’ in Wageningen is gezocht naar een model waarmee de geuremissiefactoren berekend kunnen worden.
 
Het uitgangspunt voor de nieuwe regeling is een continu-model waarbij de geuremissiefactoren van varkens, pluimvee- en rundveevoeders berekend worden als functie van de variabelen eiwitgehalte en meeltemperatuur. Door deze emissiefactoren te vermenigvuldigen met de jaarproductie kan de geuremissie van de productielocatie worden bepaald. Op basis van hedonische metingen (om de mate van (on-)aangenaamheid van de geur vast te stellen) is in de nieuwe regeling een maximale geurbelastingsnorm1 van 1,4 ouE/m3 als 98-percentiel vastgesteld voor bestaande locaties. Met name productielocaties met aangrenzende bebouwing kunnen consequenties ondervinden van de nieuwe norm. Voor bedrijven met bebouwing op enige afstand kan de nieuwe norm juist een versoepeling betekenen.
 
Bij de eerste bijzondere regeling, daterend van 1996 en herzien in 1998, was het programma ‘Geurnorm’ beschikbaar, waarmee bedrijven konden uitrekeningen hoeveel de geuremissie bedroeg. Met het van kracht worden van de nieuwe bijzondere regeling komt dit programma te vervallen. Voor de berekening van de geuremissie en -belasting volgens de nieuwe regeling wordt gebruik gemaakt van het Nieuw Nationaal Model (NNM). Gezien het grote aantal variabelen dat in dit model moet worden ingevoerd en vanwege hoge ontwikkelingskosten zal er geen autonoom rekenprogramma voor het bepalen van de geurbelasting worden ontwikkeld.
 
Meer informatie over de bijzondere regeling, de eindrapportage ‘Herziening Bijzondere Regeling A3 Diervoederindustrie’ met bijlagen, een overzicht van de BBT-maatregelen (Best Bestaande Technieken) en aanvullende achtergrondinformatie is te vinden op de website www.geurnormdiervoeder.nl. Diervoederbedrijven en toezichthouders kunnen op deze site ook terecht voor het laten berekenen van de geurbelasting van productielocaties. Hiervoor is een speciaal invoerscherm ontwikkeld. Ook voor het draaien van ‘testruns’ is er een applicatie op de website beschikbaar. Een testrun (een vereenvoudigde versie van het NNM) geeft een indruk van de geuremissie en -belasting van de productielocatie; er kunnen echter geen rechten aan de uitkomst van een testrun worden ontleend.


1: Geurconcentraties worden in uitgedrukt in Europese odour units ofwel ouE/m3. In het verleden werden in Nederland geurconcentraties uitgedrukt in geureenheden ge/m3. Tussen deze twee grootheden geldt een vaste verhouding: 1 ouE/m3 = 2 ge/m3.
 


  Terug