EU-GGO beleid 

Inleiding
 
Vanwege de Europese nultolerantie voor niet-toegelaten ggo’s is het sinds juni 2009 niet langer mogelijk Amerikaanse soja(producten) in de EU te importeren, in verband met het voorkomen van niet-kwantificeerbare sporen van in de EU nog niet toegelaten genetisch gemodificeerde maïslijnen. De aanwezigheid van deze minieme sporen van genetisch gemodificeerde maïs is onbedoeld en technisch onvermijdbaar. De nultolerantie in het algemeen en de importstop op Amerikaanse soja in het bijzonder brengt de Europese agrarische handel, voedsel- en diervoedersectoren en veehouderij in een uiterst kwetsbare positie.
 
De afhankelijkheid van de wereldmarkt in combinatie met de Europese nultolerantie voor ggo’s maakt de Europese voedsel- en voederketen uiterst gevoelig voor mogelijke tekorten en ontwrichting van de handel. Dit is met name dit jaar het geval, temeer daar Europese bedrijven, in tegenstelling tot voorgaande jaren, geen Zuid-Amerikaanse sojabonen kunnen invoeren als gevolg van een aanzienlijke productiedaling (19 miljoen ton) door droogte in Zuid-Amerika eerder dit jaar. Op de wereldmarkt bestaat geen alternatieve eiwitbron van betekenis die de plaats van sojabonen kan innemen. Dit levert een groot probleem van beschikbaarheid op.
 
De economische gevolgen van het volledig wegvallen van de import van Amerikaanse sojabonen tot maart 2010 worden momenteel geraamd op circa 3,5 tot 5 miljard euro aan omzetderving in de gehele EU. Doordat Nederland tot de grootste importeurs en verwerkers van soja binnen de EU behoort, zal ons land naar verwachting extra hard worden getroffen. Zowel de levensmiddelen- en diervoederindustrie als de veehouderijsectoren zullen vanaf september 2009 worden geconfronteerd met een forse stijging van de kosten. Deze stijging van de kosten zal onder meer leiden tot duurdere eindproducten, waardoor ook de consument geconfronteerd zal worden met prijsstijgingen.
 
Standpunt
 
Om de continuïteit van de Europese en Nederlandse productie van levensmiddelen en diervoeders te waarborgen, acht Nevedi het noodzakelijk om op zeer korte termijn een oplossing te vinden voor de importbelemmeringen die voortvloeien uit de bovengenoemde nultolerantie.
 
Door de wereldwijde toename van de teelt van ggo’s is het instellen van een realistische drempelwaarde louter op korte termijn een oplossing. Deze dient dan zowel van toepassing te zijn op levensmiddelen als op diervoeders en gelijk door lidstaten geïnterpreteerd te worden. Bij sojabonen speelt daarnaast mee dat wanneer de sojabonen in Europa gecrusht worden het sojaschroot bestemd is voor diervoeder terwijl de sojaolie bestemd is voor levensmiddelen. Wanneer een drempelwaarde alleen voor diervoeders van toepassing zou zijn, zou dit betekenen dat het niet langer economisch rendabel is om sojabonen in de EU te verwerken. Een drempelwaarde voor (nog) niet-toegelaten ggo’s zal het bedrijfsleven een tijdelijke voorziening kunnen bieden zolang het Europese toelatingsproces nog aanmerkelijk trager verloopt dan elders in de wereld. Deze drempelwaarde dient van toepassing te zijn op ggo’s die aan de volgende criteria voldoen:
a. ggo’s met een positieve beoordeling van EFSA;
b. ggo’s waar een gevalideerde detectiemethode van de JRC voor bestaat;
c. ggo’s toegelaten in een derde land (mits de toelating gebaseerd is op een met de EU
vergelijkbare risicoanalyse).
 
Voor de lange termijn is het noodzakelijk dat de Europese toelatingsprocedure wordt versneld zodat de toelatingsstatus van ggo’s in de EU en andere landen vergelijkbaar wordt.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Henk Flipsen 010-2430301.