Gemedicineerde diervoeders 

Nevedi standpunt gemedicineerde diervoeders - 09/10/2008

Nevedi constateert dat er sprake is van een toenemende maatschappelijke belangstelling voor het gebruik van diergeneesmiddelen en in het bijzonder antibiotica in de veehouderijsector. Antibiotica worden gebruik in de veehouderij om infecties van het dier te bestrijden of te voorkomen. Het (onjuist) gebruik van antibiotica kan er toe leiden dat bacteriën ongevoelig worden voor antibiotica; men spreekt dan van antibioticaresistentie. Niet alleen voor de veehouderij is antibioticaresistentie een lastig fenomeen, de resistentie kan in specifieke gevallen ook worden overgedragen op de mens. Het zal dan ook niet tot verbazing leiden dat er vanuit de overheid (ministeries van landbouw en volksgezondheid en de arbeidsinspectie) aandacht gevraagd wordt voor dit probleem.

Veehouders hebben – in samenspraak met hun dierenarts – verschillende mogelijkheden om antibiotica toe te passen. Eén van deze mogelijkheden is het verstrekken van gemedicineerd diervoer. Met name voor koppelmedicatie wordt veelvuldig gebruik gemaakt van gemedicineerd voer om bepaalde aandoeningen (luchtweg- en maagdarmaandoeningen) te bestrijden of te voorkomen.

Gemedicineerde diervoeders worden geproduceerd door diervoederfabrikanten – die daartoe een vergunning hebben – op basis van een attest van een praktiserend dierenarts. Bij de productie van gemedicineerde voeders is het onvermijdelijk dat een kleine hoeveelheid van dit voer (incl. antibiotica) achterblijft op de productielijn. Dit wordt ook wel versleping of carry-over genoemd. Uit recent onderzoek* blijkt dat gemiddelde versleping op de productielijnen in de diervoederindustrie ca. 5,6% bedraagt.

De GMP+-regeling stelt maximale residu-niveaus voor medicijnen in eindvoeders (voeders voor melkvee, legpluimvee en voeders voor dieren in de laatste periode voor de slacht). Om de versleping op de productielijnen te kunnen beheersen, wordt gebruik gemaakt van zogenaamde spoelcharges. Dit zijn productiecharges van diervoeder die direct na de productie van een gemedicineerd diervoeder worden uitgevoerd en niet bestemd zijn voor eindvoeders. Met deze werkwijze blijven residuen onder de gestelde MRL voor dierlijke producten. De aandacht richt zich momenteel op ander gevaar van medicijnenresiduen; antibioticaresistentie. De gedachte is dat bacteriën die regelmatig blootstaan aan lage doseringen antibiotica, bijvoorbeeld via het spoelvoer, zich aanpassen en daarmee resistent worden voor dit antibioticum.

Nevedi wil stapsgewijze uitfasering gemedicineerde diervoeders

De diervoederindustrie wil toewerken naar uitfasering van gemedicineerde diervoeders. Hier liggen tal van argumenten aan ten grondslag:

-       Nulversleping is niet te garanderen bij de huidige productie van gemedicineerde voeders. Hoewel met spoelcharges de residuen in het dierlijk product onder de MRL-waarden blijven, bestaat er wettelijk gezien een nulnorm voor medicijnen in niet-gemedicineerde diervoeders.

-       Antibioticaresistentie is een maatschappelijk probleem. De diervoederindustrie wil ten opzicht van haar werknemers, afnemers en de samenleving haar verantwoordelijkheid nemen om de resistentievorming zo veel als mogelijk te voorkomen. Het werken met en het produceren van (residuen van) gemedicineerde diervoeders moet daarom tot een minimum worden beperkt.

-       Nevedi ziet geen rol voor de diervoederproducent bij het toedienen van medicijnen. Het primaat van het voorschrijven van een behandeling van een koppel ligt bij de dierenarts van de veehouder. De verantwoordelijkheid voor het toedienen van de medicijnen (en de wijze waarop) ligt eveneens bij de dierenarts en de veehouder. Te vaak wordt gekozen voor de gemakkelijke weg – via het voer. Echter, orale toediening van medicatie via topdressings en het drinkwater voorkomt residuvorming en verdient daarom veruit de voorkeur.

-       Nevedi ziet geen heil in alternatieve typen processen voor het inmengen van medicijnen in het diervoer. Alternatieve inmengingsmethoden betekenen vaak slechts een verschuiving van de algehele verslepingsproblematiek en/of hebben verminderen de homogeniteit van verdeling van het medicijn in het diervoer tot gevolg.

-       Nevedi realiseert zich dat niet alle veehouders beschikken over een watersysteem waarmee drinkwatermedicatie mogelijk is. Gezien de huidige marges in de dierhouderij kan niet van veehouders worden verlangd dat zij per direct overgaan tot het aanpassen van het drinkwatersysteem. Een redelijke termijn om te komen tot uitfasering van gemedicineerde diervoeders is daarom noodzakelijk.

-      Nevedi is zich er van bewust dat de registratie van medicijnen en antibiotica soms niet toereikend zijn voor andere toedieningsmethoden dan via het voer. In enkele gevallen is medicatie via het drinkwater of een topdressing verboden. Registraties dienen te worden aangepast en wellicht is onderzoek naar vervangende middelen – met een juiste registratie – nodig. Nevedi verwacht samen met de ketenpartners (veehouders en dierenartsen) hierover in overleg te kunnen treden met de Fidin (vereniging van Fabrikanten en Importeurs van Diergeneesmiddelen in Nederland) en de overheid c.q. toezichtshouders.

-       Nevedi wil toe naar een datum waarop de productie van gemedicineerde diervoeders definitief wordt verboden. Deze datum dient in afstemming met de ketenpartners en samen met de overheid te worden vastgesteld.

Nevedi neemt maatregelen om de uitfasering te bevorderen

Er van uitgaande dat de veehouder en dierenarts zich zullen inspannen om het gebruik van gemedicineerde voeders tot een minimum te beperken, zal de diervoederindustrie haar verantwoordelijkheid nemen door:

-       het gebruik van gemedicineerde voeders in beeld te brengen;

-       de aanwending van spoelvoeders onder de loep te nemen en in GMP-verband te zoeken naar alternatieve aanwendingen van spoelcharges;

-       voervoorlichters van doelgerichte informatie te voorzien. Goede informatie en communicatie is voorwaardelijk voor een succesvolle overgang naar verantwoordelijk antibioticumgebruik. De voervoorlichters – de vertegenwoordigers van de diervoederindustrie op de boer – vormen een zeer belangrijke schakel. In het communicatieplan – waarbij ook de varkenshouders en dierenartsen worden betrokken – moet aandacht worden besteed aan: de risico’s die antibioticaresistentie met zich meebrengt, managementmaatregelen die bijdragen aan een verminderd gebruik en achtergrondinformatie die bijdraagt aan een verantwoordelijk gebruik. In ieder geval moet duidelijk worden dat medicatie via topdressings en drinkwater de voorkeur verdient i.p.v. via het diervoer;

-       samen met haar leden te onderzoeken op welke wijze de logistieke meerkosten (opslag en verwerking spoelvoeders en gecompartimenteerd transport) die gepaard gaan met de productie van gemedicineerde voeders bij de afnemers in rekening kunnen worden gebracht. Hiermee komen de werkelijke kosten van de productie van gemedicineerde diervoeders in beeld en wordt het economisch omslagpunt om te kiezen voor alternatieve medicatiemethoden sneller bereikt.



*) Van der Poel, A.F.B., 2008. Verwerking van diergeneesmiddelen zonder versleping tijdens de mengvoerproductie en –distributie. Publicatie door het Productschap Diervoeder

>>  pdf-document van het Nevedi standpunt gemedicineerde diervoeders