Kerntaken Nevedi

De Nederlandse Vereniging Diervoederindustrie (Nevedi) behartigt de collectieve belangen van de Nederlandse diervoederindustrie. De organisatie vertegenwoordigt de belangen van fabrikanten van mengvoeders, premixen en kalvermelkpoeder en van leveranciers van vochtrijke diervoeders.

Bij Nevedi zijn 115 diervoederbedrijven en voerleveranciers aangesloten. Samen vertegenwoordigen zij 96% van de totale diervoederproductie in Nederland. De omzet van de gezamenlijk aangesloten bedrijven bedraagt ca. 4 miljard euro. De vereniging is in 2000 ontstaan door het samengaan van de overkoepelende organisaties van particuliere en coöperatieve diervoederbedrijven. Door genoemde samenvoeging van verschillende organisaties boogt Nevedi - ondanks haar jonge bestaan - op een rijke historie. Een historie waaruit blijkt dat Nevedi en haar leden een actieve en maatschappelijke rol vervullen in de diervoederketen. Nevedi is lid van FEFAC, de federatie die op Europees niveau de belangen van de diervoederbranche behartigt. Ook is Nevedi aangesloten bij de Round Table on Responsible Soy die zich wereldwijd inzet voor duurzame teelt van soja.

De kerntaken van Nevedi richten zich op:
• sectorbeleid inzake het collectieve kwaliteitsborgingssysteem GMP+
• wet- en regelgeving in Nederland en de Europese Unie inzake diervoeders
• sociale aangelegenheden
• milieu en werkomgeving
• duurzame ontwikkeling
• ledenservice

Duizenden diervoederrecepturen
Jaarlijks wordt in Nederland circa 13 miljoen ton diervoeder geproduceerd. De grondstoffen hiervoor zijn afkomstig uit binnen- en buitenland. Ze bestaan voornamelijk  uit plantaardige producten, zoals graan, soja en tapioca. Voorts uit bijproducten van de voedings- en genotmiddelenindustrie, zoals bierbostel, sojameel, citruspulp, aardappelvezels, tarwegries en dierlijke vetten. De grondstoffen worden verwerkt in duizenden diervoederrecepturen.
Van de diervoeders is meer dan 40 procent bestemd voor varkens. Naar rundvee en pluimvee gaat in beide gevallen ongeveer 25 procent. De rest is bestemd voor overige dieren, zoals kalveren, paarden, schapen, geiten en gezelschapsdieren. Ook voor dierentuindieren wordt speciaal voer geproduceerd.
De omzet van de diervoedersector bedraagt per jaar circa 4 miljard euro. Jaarlijks wordt ongeveer één miljoen ton diervoeder geëxporteerd.

Dynamische sector  
De diervoedersector verandert ingrijpend van structuur. De binnenlandse afzetmarkt krimpt door een structureel dalende veestapel. De kwaliteitseisen nemen toe. Deze ontwikkelingen leiden tot een toenemende druk op marges en tot verdergaande schaalvergroting, strategische samenwerking, fusies en overnames. Tot het einde van de vorige eeuw werd de structuur van de sector vooral gekenmerkt door het onderscheid tussen coöperatieve en particuliere ondernemingen.
Net zoals dat in de zuivel- en vleessector het geval was, heeft het ontstaan van enkele grote, internationaal georiënteerde bedrijven een stevige impuls gegeven aan markt- en productspecialisatie, innovatie en ondernemersschap. Als gevolg hiervan ontstaan tevens tijdelijke en doelgerichte vormen van samenwerking tussen bedrijven. Bijvoorbeeld op een bepaald aspect van de bedrijfsvoering, zoals inkoop, kwaliteitszorg, merkbeleid, export, transport, onderzoek en productontwikkeling.