Zoektocht naar alternatieven

De zoektocht naar alternatieven voor soja draait om eiwitten. Hoe komen we aan de juiste eiwitten die de juiste aminozuren bevatten? En dat ook nog in grote hoeveelheden?

In de basis is dit een scheikundig vraagstuk. Eiwitten (ook wel proteïnen genoemd) vind je in allerlei gewassen terug, maar nergens zo geconcentreerd, rijk en goed verteerbaar als in sojaboon. Door eiwitten uit alternatieve bronnen te winnen, te raffineren, te concentreren en te combineren kunnen we alternatieven ontwikkelen voor soja.

Willen we goede alternatieven voor soja, dan zullen we breed moeten kijken. Nevedi pleit ervoor om de volledige eiwithuishouding binnen de EU in kaart te brengen. Alle eiwitbronnen moeten worden bekeken op hun eventuele bijdragen in het grondstoffenpalet. Alleen op die manier worden potentiële bronnen inzichtelijk. 

Het is belangrijk om voldoende eiwitbronnen binnen of dicht bij de EU te ontwikkelen. Ook moeten we beseffen dat we de grote behoefte aan soja niet snel kunnen vervangen. Elk alternatief begint in een startfase namelijk met een kleine productie. 

Een tekort aan eiwitten voor diervoeders kan nare gevolgen hebben. Een tekort aan eiwitten leidt tot minder efficiënte productie van vlees en zuivel, terwijl de vraag hiernaar wereldwijd groeit. De productie zal zich dus verplaatsen naar plekken waar deze eiwitten wel voorhanden zijn: landen die wel soja produceren of ongelimiteerd kunnen importeren.

In werkelijkheid zal voor elk varken, koe of kip in Nederland een veelvoud elders moeten worden gehouden om dezelfde hoeveelheid vlees, zuivel of ei te produceren. Een minder efficiënte veehouderij buiten Europa leidt tot toenemend grondgebruik. De druk op natuur en milieu zal wereldwijd verder toenemen. 

Dit is een vraag waar zeker over moet worden nagedacht. 

Voorlopig is soja de belangrijkste eiwitbron voor de wereld. Als we alternatieven willen ontwikkelen voor de sojaboon, moeten een omschakelingsperiode van minstens 20 jaar in gedachte houden.

Circulaire eiwitten

Hebben we het over ‘circulaire eiwitten’, dan moet je denken aan co-producten uit de voedingsmiddelenindustrie. We moeten optimaal gebruik maken van onze kostbare eiwitten. Vergelijk het met de ouderwetse schillenboer die aan huis de aardappelschillen op kwam halen om aan de varkens te voeren. Zo simpel is het nu niet meer, maar het principe blijft hetzelfde.

Voorkomen van voedselverspilling
Uiteraard staat het voorkomen van verspilling van voedsel voor de mens voorop. Als dat niet lukt, kan afgeschreven voedsel wellicht nog dienen als grondstof voor diervoeder.  Er lopen inmiddels allerlei experimenten. Voedsel, dat bijvoorbeeld over de datum is, kan nog worden bewerkt tot diervoeder. Bakkerijproducten (taarten, brood, koek), snoep, reststromen uit restaurants, supermarktproducten waarvan de verpakking is beschadigd, co-producten uit de voedingsmiddelenindustrie. Eigenlijk alles wat ooit voor menselijke consumptie was bedoeld, maar wat we om een of andere reden niet meer kunnen nuttigen. Het meeste kunnen we nog prima gebruiken als grondstof voor diervoeder. 

Uieraard gaan hier hygiënische, logistieke en veiligheidsuitdagingen mee gepaard. Ook ethische en maatschappelijke vragen moeten worden beantwoord. Zeker als het gaat om producten met een dierlijke oorsprong. Het is wettelijk toegestaan om dierlijke eiwitten te gebruiken voor diervoeder voor omnivoren zoals varkens en kippen. Herbivoren zoals koeien krijgen alleen plantaardig eiwit. Deze regelgeving vindt haar oorsprong in de uitbraak van ‘gekkekoeienziekte’ ruim 20 jaar geleden. 

Het gesprek over ethische aspecten van eiwitwinning binnen de Europese grenzen moeten we niet uit de weg gaan, willen we verder inhoud kunnen geven aan de EU-eiwittransitie.

Eiwitten uit andere gewassen

Als vervanging van de soja-superboon zijn er andere primaire bronnen te vinden. Minder ‘super’, maar ze kúnnen bijdragen. Resten van akkerbouwgewassen bevatten ook eiwitten. Denk aan stelen en loof of grassen. Voor de winning van eiwitten hieruit lopen allerlei experimenten.

Eiwitten uit loof en stelen zijn als directe bron meestal niet of minder geschikt als grondstof voor diervoeder. Dieren kunnen ze niet verteren, ze zijn minder rijk of bevatten niet de juiste aminozuren (die het dier nodig heeft om vlees en zuivel te maken). 

Er is wel een omweg denkbaar. Ruwe celstof kan namelijk worden bewerkt. Denk aan scheikundige processen zoals kraken. 

Kraken is een verzamelnaam voor verschillende scheikundige technieken. Grotere organische moleculen worden gesplitst in kleinere organische moleculen die betere eigenschappen hebben. Denk aan betere verteerbaarheid door dieren. 

Eentje die wellicht tot de verbeelding spreekt is de raffinage van gras. Een koe kan gras eten en daar eiwitten uit halen. Varkens en kippen kunnen gras niet verteren. Door de eiwitten uit het gras te kraken en te bewerken, kan gras dus indirect toch een eiwitbron zijn voor kippen en varkens.

Andere interessante eiwitbronnen zijn algen, wieren, insecten of teelt van andere eiwitgewassen zoals erwten of veldbonen. 

Andere regio’s

Daarnaast wordt er naar sojateelt gekeken binnen of in de directe nabijheid van de EU. Oekraïne is klimatologisch interessant en biedt ruimte aan de teelt van belangrijke grondstoffen. Tegelijk moeten we ons realiseren dat die soja ook op de wereldmarkt moet concurreren. Binnen de EU is de teelt en verwerking van genetisch aangepaste gewassen (GMO's) op enkele uitzonderingen na, niet toegestaan. Om te zorgen dat de teelt van eiwitgewassen goed aansluit bij behoeften in Europa zou ook de Europese overheid haar beleid voor GMO's kunnen herzien. Als veredeling van plantaardige gewassen beter en sneller kan, zal dit zeker bijdragen aan de eiwittransitie. Hierbij is het belangrijk te realiseren dat discussie over GMO's’s zeer gevoelig is en al enkele decennia op de politieke agenda staat in de EU. 

info@nevedi.nl | +31(0) 85 77 319 77 | Braillelaan 9 | 2289 CL Rijswijk